Het Geheim van de Beemster Molens
Naar aanleiding van de tentoonstelling “Het Geheim van de Beemster Molens” is er een route opgesteld die langs de oude molengangen gaat. Niet zoals het eeuwen geleden was, want de windwatermolens zijn er helaas niet meer, maar wel van wat er nu nog zichtbaar is.
De route gaat over de Beemsterringdijk en door De Beemster. Je komt op plaatsen waar in het verleden molengangen hebben gestaan en je bezoekt Purmerend waar Beemster al sinds de drooglegging een relatie mee heeft. Omdat in de nieuwe droogmakerij nog geen gebouwen stonden, maakten de Hoofdingelanden destijds voor grote bijeenkomsten graag gebruik van het Kasteel of Slot Purmerstein in Purmerend.
De route is ongeveer 40 km lang en kun je naar eigen inzicht indelen.
Belangrijke informatie:
- Van ‘Het Geheim van de Beemster Molens’ is een kleine boekje inclusief de route te koop bij het Bezoekerscentrum Beemster.
- Dit is een gezamenlijk project van Visit Beemster en het Beemster Museum
Dit ga je zien
Vier Draaioorder molens | Beemster Molens
Op oude kaarten en in teksten heet dit gebied ‘Draaij oort’. Op deze plaats, toen de Beemster nog een meer was, konden de schepen hier mogelijk draaien. Tijdens de drooglegging werden hier molens gebouwd.
Vier Draaioorder molens | Beemster Molens
Op oude kaarten en in teksten heet dit gebied ‘Draaij oort’. Op deze plaats, toen de Beemster nog een meer was, konden de schepen hier mogelijk draaien. Tijdens de drooglegging werden hier molens gebouwd.
Afbraak en herbouw
Bij Draaioord stonden twee molens. Toen de Purmerender molens werden afgebroken is een van de twee hier geplaatst. In 1632 besloten de Hoofdingelanden (het toenmalige bestuur) om de bemaling drastisch te verbeteren en hier een viertraps bemaling (molengang met vier molens achter elkaar) te plaatsen. Er werd een vierde molen bijgeplaatst, molen nr. 2 in de molengang.
Bij de aanleg van de afrit op de N244 in 2017 naar Oosthuizen kwamen resten van deze molengang en wel van de tweede en laatst gebouwde molen tevoorschijn. Zo kregen archeologen inzicht in de plaats van het molenerf en het molenaarsleven. Bij Draaioord stonden vier achtkantige bovenkruiers als onderdeel van totaal 50 molens die het water in de polder op peil hielden. Onder de afrit heeft molen nummer 2 gestaan. Wil je meer weten, kijk dan bij Noord-Hollandse archeologische publicaties.
Armoede op een Draaioorder molen
Het leven op een molen was hard en het ging niet altijd goed. Onderstaand bericht werd aan het bestuur medegedeeld:
Op 9 juni brengt de dijkgraaf verslag uit van het werkbezoek dat de opperpoldermeesters aan de Draaioorder molens hebben gebracht. Het gezin van molenaar Adriaan Kruyt op een van de molens verkeerde in zeer armoedige omstandigheden. Na overleg wordt besloten om Kruyt te helpen een baan in Oost- of West-Indië te vinden. De kinderen gaan naar het weeshuis en de jongste wordt bij een gezin ondergebracht. Een ‘sociale’ oplossing anno 1722.
Beemster Poort | Beemster Molens
Toen het Beemster meer was drooggelegd, ontstonden er enkele problemen zoals bijvoorbeeld de toegang tot het nieuwe land. De brede ringvaart kon je alleen met een bootje oversteken, daarom stonden bruggen bovenaan het verlanglijstje van de omliggende dorpen.
Beemster Poort | Beemster Molens
Toen het Beemster meer was drooggelegd, ontstonden er enkele problemen zoals bijvoorbeeld de toegang tot het nieuwe land. De brede ringvaart kon je alleen met een bootje oversteken, daarom stonden bruggen bovenaan het verlanglijstje van de omliggende dorpen.
Na stevige onderhandelingen verschenen deze op verschillende plaatsen. Nut en noodzaak, maar vooral wie betaalt het, waren belangrijke vragen. In augustus 1610 bereikten de ‘gecommiteerden van de Beemster en de Heeren van Purmerende’ een akkoord dat er een brug over de ringsloot wordt gemaakt. Ze noemden hem de Beemster Poort.
Purmerend Markstad | Beemster Molens
Tot de drooglegging van het Beemstermeer visten de Purmerenders op het meer en op de Where. De paling die men daar ving was van prima kwaliteit en een goed verkoopproduct. Met de drooglegging van het meer was het viswater behoorlijk kleiner geworden en veranderde het leven van de vissers.
Purmerend Markstad | Beemster Molens
Tot de drooglegging van het Beemstermeer visten de Purmerenders op het meer en op de Where. De paling die men daar ving was van prima kwaliteit en een goed verkoopproduct. Met de drooglegging van het meer was het viswater behoorlijk kleiner geworden en veranderde het leven van de vissers.
Bloei landbouw en veeteelt
Op het nieuwe land bloeide de landbouw en de veeteelt. Omdat Purmerend al in het bezit van marktrechten was, ontwikkelde het zich als marktstad. De kaas- en botermarkt en later de veemarkt waren in de wijde omgeving bekend. Er groeide een levendige handel in koeien, schapen, kippen en op de warenmarkt was van alles te koop. Van potten en pannen, tot planten, stoffen, groente en fruit. Deze warenmarkt is er nog steeds, de andere markten zijn verdwenen.
Slot van Purmerend (Kasteel)
Alleen de naam Slotplein en enkele muurresten herrinneren je nog aan de tijd dat hier een slot heeft gestaan. In 1410 werd hier in opdracht van Willem Eggert Slot Purmerstein gebouwd dat groter was dan het Muiderslot. Het slot, vaak ook als 'Kasteel' aangeduid, beleefde als machtscentrum een woelige periode. Op afbeelding zie je een robuust slot waarvan de muren echter niet tegen kanonschoten bestand waren. Dat was volgens de bouwheer niet nodig. In 1741 gaf het toenmalige stadsbestuur opdracht om het slot, als gehaat machtssymbool, te slopen.
Verdeling van de kavels
Op 30 juli 1612 werd om 12 uur de klok geluid om de verdeling van de Beemster landen aan te kondigen. De vergadering van de Hoofdingelanden vond plaats op het ‘Kasteel’ in Purmerend. Op hun verzoek waren ook de Schepenen van Purmerend aanwezig om de verkaveling te registreren.
Bij de deur las dijkgraaf Tobias de Coene de ‘kavelconditiën’ voor aan de aanwezige belanghebbenden en belangstellenden. Hierna heeft de verloting van de Beemstergronden onder de investeerders plaatsgevonden. Alles is minutieus opgetekend in het ‘Extract Uyt het Octroy van de Beemster met de Cavel-Conditien en de Kaerte van dien als mede ‘t Register van de Participanten Beemster tot Purmerende’.
Het bestuur van Beemster heeft vele jaren in het Kasteel of Slot Purmerstein vergaderd omdat er in de nieuwe polder nog geen geschikte locatie beschikbaar was.
Purmerends Museum & Zuiddijk | Beemster Molens
Hier vind je veel informatie over de geschiedenis van Purmerend: over het slot, de gevolgen van de droogleggingen van de Beemster, Purmer en Wormer, de ontwikkeling van vissersdorp tot marktstad.
Purmerends Museum & Zuiddijk | Beemster Molens
Hier vind je veel informatie over de geschiedenis van Purmerend: over het slot, de gevolgen van de droogleggingen van de Beemster, Purmer en Wormer, de ontwikkeling van vissersdorp tot marktstad.
Je vindt er vroege werken van enkele in Purmerend geboren architecten zoals J.J.P. Oud, Mart Stam en Jac. Jongert. Het museum heeft een mooie collectie Purmerends plateel uit de periode 1896-1907 van de fabrieken Wed. N.S.A. Brantjes & Co, NV Haga, L. Huisenga en Jb Vet & Co.
Nieuwgierig geworden? Neem een digitaal kijkje in het museum. In de museumwinkel is ook het VVV waar ze je graag meer informatie geven.
Vervolg je route op de Zuiddijk bij de Beemsterbrug.
Aanbesteding dijkwerk en visvergunningen
Via aanplakbiljetten waarop de voorwaarden voor de werkzaamheden staan, zoeken de Hoofdingelanden arbeiders voor het aan te leggen dijkvak bij Purmerend. Leeghwater schrijft: 'Op 10 april 1608 wordt onder grote publieke belangstelling op het Kasteel het werk aan het dijkvak gegund aan Jan Adriaansz Jongkind van Burghorn. Omdat hij het eerste park had gemijnd kreeg hij als beloning een ton bier.'
Na de drooglegging was er veel viswater aan de vissers ontnomen en de open verbindingen waren vervallen. De scheepvaart werd hiervoor belemmerd. Omliggende dorpen verzochten om in de ringvaart te mogen vissen. In 1656 bereikten de stad Purmerend en de Hoofdingelanden van Beemster overeenstemming over het vissen in de ringvaart tussen Draaioord en het zuideinde van de Wormerweg. Dat mocht onder strenge voorwaarden. Zo mochten vissers de ringdijk niet beschadigen, de waterlozingen niet verhinderen en de scheepvaart niet belemmeren dat alles op een straffe van poene (boete).
Zuidijk bij nr. 14
In de Zuiddijk ligt een grote inundatiesluis. Deze is een onderdeeld van de Stelling van Amsterdam en werd aangelegd tussen 1890 en 1891. De sluis was voor 'onderwaterzetting van de Beemster'. Meer informatie staat op het bord en je kunt naar de kom van de sluis lopen. Let op: Hekje sluiten want er kunnen schapen lopen.
Zuiddijk bij nr. 13
Hier is een van de aanlegplaatsen op opschepingsplaatsen aan de ringvaart waar o.a. vee werd ingescheept voor vervoer naar de markt. Deze plaats heet dan ook ‘de Dood' immers het vee ging veelal voor de slacht weg. De boerderij aan de overkant heeft ook deze naam.
Zuiddijk 13
Hier ligt het Fort aan de Midednweg, een onderdeel van UNESCO werelderfgoed de Stelling van Amsterdam. Deze kun je helaas niet bezoeken. Het fort en de fortgracht zijn wel vanaf de dijk goed te zien.
De Jisper molengang | Beemster Molens
De Jisper molengang is vanaf de drooglegging van de Beemster tot de sloop van de molens een drietraps molengang geweest.
De Jisper molengang | Beemster Molens
De Jisper molengang is vanaf de drooglegging van de Beemster tot de sloop van de molens een drietraps molengang geweest.
Hier was het meer minder diep waardoor deze combinatie voldoende was. Bij Zuiddijk nr. 4 zijn aan de weerszijden van de boerderij nog sporen van de voormalige molengang te zien. Drie molens op een rij, eerst met een scheprad en later met een vijzel, voerden het water naar de ringvaart. Het opvoerbereik van een scheprad (1.50 m) was minder dan dat van de latere vijzel of schroef van Archimedes (tot 4.50 m). Vanaf 1848 kregen de Beemster molens een vijzel.
Het Spijkerboordergat | Beemster Molens
Langs de ‘sluipweg’ rijd je op Spijkerboor aan. Het Spijkerboordergat was toen een grillig woest water en lastig te beteugelen.
Het Spijkerboordergat | Beemster Molens
Langs de ‘sluipweg’ rijd je op Spijkerboor aan. Het Spijkerboordergat was toen een grillig woest water en lastig te beteugelen.
Nu is het een mooie pleisterplaats met een jachthaventje, het pontje Jan Hop om naar de overkant te varen en het Fort bij Spijkerboor. (De sluipweg was de met begroeiing bedekte weg van het Fort bij Spijkerboor naar het Noordhollandsch Kanaal).
Het verhaal
‘Aanwonenden aan de Beemster zoals vissers, boeren en landlieden zien de drooglegging met lede ogen aan. De nieuw aangelegde dijk werd doorgestoken waarna een verbod-plakkaat wordt vastgesteld. De handhaving moet strikt en boetes of verbeurdverklaring kunnen bij overtreding van de vastgestelde regels het gevolg zijn.’
Leeghwater schrijft: ‘Na de dijkbreuk moet het Spijkerboordergat worden gedicht. De sterke stroming zorgde voor extra moeilijkheden, de kanten sloegen weg. Met heiwerk, balken waar grond tussen werd gegooid werd een dam gemaakt.’
Op 30 juli 1610 besluiten de bedijkers de oude dijk niet verder te repareren en een nieuwe dijk over het land van De Rijp aan te leggen. Volgens de rekenmeesters zou dat goedkoper zijn. Een nieuwe dijk zou fl 24.704,- kosten, de oude herstellen fl. 24.300,-. Voordeel was dat de nieuwe ringsloot en -dijk op het ‘oude’ land zouden worden aangelegd, op een steviger ondergrond.
Drie molengangen en een schuine sloot | Beemster Molens
Volger of Spijkerboorder molengang
Drie molengangen en een schuine sloot | Beemster Molens
Volger of Spijkerboorder molengang
Molens waren het LEGO ‘avant la lettre’. Bouwpakketten, je kon ze snel afbreken en elders weer opbouwen. De molens bij de drooglegging van de Beemster zijn dan ook diverse malen verplaatst omdat de bemaling dat noodzakelijk maakte. Het brede groene pad bij het hek tussen het fort bij Spijkerboor en Westdijk nr. 45 is nog een overblijfsel van deze molengang.
Grafterdijker en Rijper molengang
Deze twee molengangen stonden op korte afstand van elkaar. Boerderij de Molenkolk, bij Westdijk nr. 38, staat op de plaats waar ooit de Graftdijker molengang stond.
De schuine sloot en kilmolen
De Rijper molengang, bij Westdijk nr. 34, bezorgde de bedijkers nogal wat kopzorgen. De waterhuishouding werkte hier niet goed. Het midden van de Beemster was extra diep en de molen stond langs een blok kleine noord-zuid lopende kavels. Het water moest hier diverse haakse hoeken maken om de molen te bereiken wat niet goed lukte. Er werd en schuin lopende sloot door deze kavels gegraven zodat de waterafvoer verbeterde. Een kleine molen van de Spijkerboordergang werd naar hier verplaatst. In het landschap zie je nog steeds de waterlopen van de Rijper molengang.
De brug bij De Rijp
Aan de Rijpers was met de drooglegging van het Beemstermeer een stuk broodwinning ontnomen, de visvangst. Al in een vroeg stadium van de drooglegging eisten ze een brug, maar det duurde tot april 1615. Zelfs het hoge bezoek met de prinsen moest over een provisorische constructie de Beemster binnengaan.
Leeghwater schrijft:
“De Heeren Hoofdingelanden nodigden prins Maurits en zijn broer uit voor een feestmaal in de Beemster om de geslaagde bedijking te bekijken. De wegen in de nieuwe polder waren redelijk begaanbaar en op 4 juli 1612 kwamen de prinsen Maurits en Frederik Hendrik op bezoek. Het gezelschap was een dag van tevoren in De Rijp aangekomen, waar ze werden verwelkomd door Jan Sijpersz. die een mooie jonge dame (een fraaie vrijster) bij zich had. Hij geeft beide prinsen een gouden munt.
Omdat er bij De Rijp nog geen brug over de ringsloot was, regelde schipper Jan IJsbrands dat er een ‘brug’ kwam. Met schuiten, pramen en planken zorgde hij voor een oversteek met droge voeten voor de prinsen en hun gezelschap.”
Gemaal Wouter Sluis | Beemster Molens
Op weg naar het gemaal Wouter Sluis zie je aan de overkant van de ringvaart een mooi wit gebouw staan, het voormalige gemaal bij De Rijp. Het werd in 1874 gebouwd en werd voorzien van een stoommachine.
Gemaal Wouter Sluis | Beemster Molens
Op weg naar het gemaal Wouter Sluis zie je aan de overkant van de ringvaart een mooi wit gebouw staan, het voormalige gemaal bij De Rijp. Het werd in 1874 gebouwd en werd voorzien van een stoommachine.
Dit gemaal is genoemd naar Beemsterling Wouter Sluis (1827-1891); veehouder, uitvinder en bestuurder. Het is een van de twee gemalen dat het waterpeil in de Beemster regelt. Tegenwoordig met veel minder peilvakken dan voorheen. Waterbeheersing betekent vandaag de dag het accepteren van een hoger peil in natte tijden en een lager peil bij droogte.
In 1971 werd het oude stoomgemaal uit 1885 vervangen en kreeg het een nieuwe gemaal twee pompen en elektromotoren. Het gemaal kan 352 km³ water per minuut verplaatsen.
Tussen het oude en het nieuwe land
Op de Westdijk bij de afslag naar de Hobrederweg zie je alles in een blik: het oude land de Eilandspolder (het voormalige Schermer Eylandt) de ringvaart, de ringdijk en het strak ingedeelde landschap van de Beemster. Als je langs de Hobrederweg naar beneden fietst heb je bijna alle kenmerken van het Beemster landschap bij elkaar. De bomenrijen, in de 17e eeuw nauwkeurig in kaart gebracht, het vlakke land en de geometrische indeling met de kavels en sloten.
Wouder molgengang | Beemster Molens
De naam voor deze molengang is ontleend aan een gebiedje op het Schermer Eylandt, ‘t Wout aan de westzijde van ringsloot.
Wouder molgengang | Beemster Molens
De naam voor deze molengang is ontleend aan een gebiedje op het Schermer Eylandt, ‘t Wout aan de westzijde van ringsloot.
Ineen geklemd tussen de Schermer en de Beemster ligt daar een oer-Hollands laagveenachtig natuurgebied met een rijke flora en fauna. Van ’t Wout is niets meer te zien. Staande op de Westijk zie je in het Beemster polderlanschap nog wel de waterwegen van de verdwenen molengang.
Kosten onderhoud en loon
Het is 1615 en het bestuur houdt de kosten van de werkzaamheden aan de molens nauwlettend in de gaten. Ze besluiten het timmerwerk aan de molens niet meer uit te besteden maar door de eigen timmerbazen te laten doen. Een daarvan is Pieter Cornelisz., timmerbaas aan de Westdijk voor negen molens, o.a. voor de molens hier bij 't Woud. Ook wordt dan het dagloon vastgesteld: voor de bazen in de zomer 22, in de winter 18 stuivers en voor de knechten op 20 en 16 stuivers.
Korenmolen De Nachtegaal
Nadat De Beemster in 1612 was drooggevallen, was het de bedoeling om in de droogmakerij vijf korenmolens te bouwen. Het werd er uiteindelijk een.
Korenmolen De Nachtegaal
Nadat De Beemster in 1612 was drooggevallen, was het de bedoeling om in de droogmakerij vijf korenmolens te bouwen. Het werd er uiteindelijk een.
Deze achtkante grondzeiler, ook wel achtkantige buitenkruier genoemd, is waarschijnlijk gebouwd in 1669. De molen is enkele malen verplaatst. In oktober 2013 is, nadat de molen een paar jaar eerder nog eens is verplaatst, de restauratie voltooid.
Kilmolen het Meercatje | Beemster Molens
Om de bemaling ter plaatse te verbeteren koopt het bestuur voor fl. 1.- per roede grond aan van sr. Jan Fransz. Van der Lee om hier een kilmolen te plaatsen.
Kilmolen het Meercatje | Beemster Molens
Om de bemaling ter plaatse te verbeteren koopt het bestuur voor fl. 1.- per roede grond aan van sr. Jan Fransz. Van der Lee om hier een kilmolen te plaatsen.
Michiel Poppen, de penningmeester, betaald hem fl. 289,- zodat er een molentocht en molenwerf bij molen het Meercatje (Meerkatje) kan worden gebouwd op kavel 82.
De molen was een van de kleine molens van de opgeruimde Spijkerboordergang. Na 1971 is de molentocht gedempt.
Het Meercatje was een van de twee Kilmolens in de Beemster. Eén stond bij de Rijper molengang en de andere hier, middenin de polder aan de Middenweg. Beiden hielden het water in het diepste gedeelte van de polder op peil. Als de Hoofdingelanden na rijp beraad besluiten over te gaan op stoombemaling wordt de Meercat in 1886 voor fl. 900,- verkocht aan het polderbestuur van de polder Overdie en Achtermeer bij Alkmaar omdat hun molen is afgebrand. Dat gebeurde ook met de oude Kilmolen (het Meercatje) want in 1912 brandde hij op zijn derde strandplaats af.
Verzonken molenwieken | Beemster Molens
Waar de Vrouwenweg op de Noorddijk aansluit merk je hoe diep de polder ligt. Stevig omhoog trappen of lekker naar beneden suizen, dat moet of kan hier. Tijdens de drooglegging en de tijd daarna moet het hier een indrukwekkend gezicht zijn geweest.
Verzonken molenwieken | Beemster Molens
Waar de Vrouwenweg op de Noorddijk aansluit merk je hoe diep de polder ligt. Stevig omhoog trappen of lekker naar beneden suizen, dat moet of kan hier. Tijdens de drooglegging en de tijd daarna moet het hier een indrukwekkend gezicht zijn geweest.
Stonden hier in 1610 acht molens een jaar later al vijftijn en in 1936 het grootste aantal, 21.
Droogleggen en daarna droge voeten houden was een punt van zorg. Omstreeks 1632 werd de bemaling en het peil radicaal aangepast. Molens werden verplaatst en er kwamen molens bij. Behalve de Jispergang werden alle andere gangen als viertraps molengangen ingericht. In vier stappen werd het overtollige water in de ringvaart gespuid. Na deze uitbreiding stonden er bij Beets vijf viertraps molengangen. Tussen 1635-1636 werd er nog een extra molen, een uitmaler of bovenmolen geplaatst.
Na de vervijzeling en tot de komst van de stoomgemalen rond 1878 hebben al deze molens het ‘schoone waterbouwkundig werk van de Beemster geheel voltooid.’
Sporen in het landschap
In het landschap zijn nog sporen van de voormalige molengangen zichtbaar. De uitvinder van de molengang is Simon Stevin die er octrooi voor kreeg dat hij iin 1609 liet verlopen. Jan Adriaansz. Leeghwater heeft hier toen dankbaar gebruik van gemaakt.
Waar de molens verdwenen, werden op de voormalige molenwerven huizen gebouwd. Sommige molensloten zijn behouden en andere gedempt. Om dit beeld niet te vergeten, zijn aan de dijk enkele kunstwerken geplaatst*. Twee molenwieken steken net boven het land uit, verzonken in het moeras van de tijd.
Het droogmalen van dat grote Beemstermeer in de 17e eeuw was een prestatie van wereldformaat en kun je vergelijken met de Deltawerken in Zeeland in de tweede helft van de 20ste eeuw. De investeerders van toen en al die duizenden harde werkers zouden vreemd opkijken als ze hier nu waren. Geen molens meer te zien en toch droge voeten?
Dat is de technische vooruitgang in ruim 400 jaar nadat ze aan de klus waren begonnen. Gemalen met elektrisch aangedreven pompen en het waterpeil dat vanaf de laptop wordt geregeld. De houten waterkeringen zijn bijna allemaal vervangen en door stalen of moderne met zonnepanelen ingerichte keringen.
* Idee: Beemsters Welvaart.
De molenaar
De molenaar was een belangrijk man met grote verantwoordelijkheden en hij moest zich aan tal van voorschriften horen. In geval van nood, bij een dijkdoorbraak of zo moest hij het volgende doen.
De zeilen van de molen afhalen en oprollen en al het gereedschap meenemen naar de molen die naast de dijk stond, de bovenmolen. Het noodsein moest worden gegeven door twee vuurpannen aan de molenwieken op te hangen evenals twee teertonnen neer te zetten en het aansteken van een strobaken. Er moest altijd een man op de molen achterblijven. Voor die tijd was er een uitgebreid noodplan dat een forse boete opleverde als het niet goed werd uitgevoerd.
Het gereedschap van de molenaar bestond o.a. uit:
“Seylen, enkele Kordewagens (handkarren), Schoppen of Spaden, Slonssen (schorten), Vuyr-Pannen, Turcken of Teertouwen met enige Teer-Tonne, droog Riet ofte Stro, een partij Sparren (houten stokken), Vogel-Roers (geweren), Bandeliers (draagriemen), Kruyt en Loot, enkele Koe-Schuyten of Pramen, Kaarsen, Emmers, Timmer-Gereetshap etc.”
In het ‘Extract Uyt het Octroy van de Beemster etc’ is de inrichting en het beheer van de nieuwe droogmakerij uitgebreid opgetekend.
Historie aan de Noorddijk
Toen de molens rond 1880 uit de Beemster verdwenen deed de moderne tijd zijn intrede. Er kwamen stoomgemalen, de molenaars en hun werklieden moesten ander werk zoeken. Sommigen mochten in het huisje op het molenerf van de afgebroken molen blijven wonen, anderen zochten een woning en werk elders in de polder of verder. Wel ontstond een nieuw beroep: machinist op een stoomgemaal. Het geweld van de wind werd vervangen door de hitte van stoom.
Bijzondere plekken langs de Noorddijk
Aan Noorddijk nr. 18 staat het oude stoomgemaal uit 1877. Beemster was een rijke polder en de modernisering van de bemaling sprak het bestuur wel aan. De bouw van het eerste gemaal in de Beemster betekende het einde van de molens.
Op nr. 23 staat een wit huis met met het balkon bovenop het dak. Dat is het oude polderhuiscomplex uit 1815 met de timmerschuur ernaast. Op het dak kon men de seinen van de molens in de omgeving bekijken.
Gemaal Jacobus Bouman | Beemster Molens
In 1962 werd het laatste en toen modernste gemaal in de Beemster geplaatst. Twee elektromotoren kunnen het water 4,5 meter omhoog pompen. Het water wordt via de Beemsterringvaart op de Schermerboezem geloosd.
Gemaal Jacobus Bouman | Beemster Molens
In 1962 werd het laatste en toen modernste gemaal in de Beemster geplaatst. Twee elektromotoren kunnen het water 4,5 meter omhoog pompen. Het water wordt via de Beemsterringvaart op de Schermerboezem geloosd.
Weet je dat het water in de ringvaart op -50 cm NAP staat? N.A.P.-hoogte van 0 meter is gelijk aan een gemiddeld Noordzee niveau. Wil je weten hoe het gemaal werkt, kijk dan op het infobord.
Dit gemaal is vernoemd naar Jacobus Bouman (1799-1877), een geboren en getogen Beemsterling. Agrariër, historicus en bestuurder. Hij was is 1846 een van de oprichters van de Hollandsche Maatschappij van Landbouw.
Van zijn hand is ook het boek ‘Bedijking, Opkomst en Bloei van de Beemster’. Hierin doet hij minutieus verslag van de ontwikkelingen in de nieuwe polder. Van het verkrijgen van het octrooi tot drooglegging van het Beemster meer, de moeilijkheden tijdens dat werk en hoe het nieuwe land tot bloei kwam. Een mooi naslagwerk voor wie meer over het ontstaan en de ontwikkeling de Beemster wil weten.
De Beemsterringvaart
De Beemster bedijkers werden door de omliggende plaatselijke bestuurders aangepakt over de bruggen. De ringsloot vormde immers een barrière voor het verkeer van goederen en personen. Een bootje was een simpel hulpmiddel, maar zware lasten zoals een koetsje of rijtuig kon het niet vervoeren. Er moest gewoon een stevige brug komen die breed en sterk genoeg was voor paard en wagen. En zoals ook nu nog vaak het geval is, waren de kosten een belangrijk struikelpunt.
Boerderij Belvliet | Beemster Molens
Dit voormalig buiten staat al op de kaart van Balthasar Florisz. van Berckenrode uit 1646. Als in 1767 Cornelis Francois Duyvensz. overlijdt, wordt Belvliet op fl. 12.000,- getaxeerd.
Boerderij Belvliet | Beemster Molens
Dit voormalig buiten staat al op de kaart van Balthasar Florisz. van Berckenrode uit 1646. Als in 1767 Cornelis Francois Duyvensz. overlijdt, wordt Belvliet op fl. 12.000,- getaxeerd.
Het huis zou bestaan uit een beneden- en een bovenzaal, een binnenkamer, een voor- en een achterkamer, een keuken en twee zolders.
In 2004 is het helemaal gerenoveerd. Het voorhuis is onderdeel van een vroegere boerenhofstede uit 1640 met aangebouwde stolpboerderij. De huidige stolpboerderij is er later aangebouwd.
De Kwadijker molengang | Beemster Molens
De plaatsing van de molens leek wel een schaakspel tegen een zeer onvoorspelbare tegenstander, de natuur. In maart 1613 stonden er totaal 43 molens waarvan drie bij Kwadijk. De Kwadijker molengang bestond in 1635 uit vier molens.
De Kwadijker molengang | Beemster Molens
De plaatsing van de molens leek wel een schaakspel tegen een zeer onvoorspelbare tegenstander, de natuur. In maart 1613 stonden er totaal 43 molens waarvan drie bij Kwadijk. De Kwadijker molengang bestond in 1635 uit vier molens.
Einde van een tijdperk
In 1608 zijn de bedijkers met 21 molens aan het karwei begonnen en in 1610 maalden al 26 molens het water uit het meer. Er werden molens verplaatst, er kwamen molens bij. Drie molens op een rij werden er vier.
50 Molens hebben tot de komst van de stoomgemalen het waterpeil in de Beemster geregeld. Daarna volgde afbraak en verkoop van de onderdelen. Een gewaagd en innovatief tijdperk was voorbij. In 1888 stelt landmeter A.W. van Kleef dat er geen windwatermolens meer in de Beemster staan,
Beemster windwatermolens hadden alleen en nummer, m.u.v. het Meercatje aan de Meercatstochtsloot. De molens bij de Rijp, Avenhorn en Beets hadden welluidende namen. De Volharding, de Knevelaar.
Van meer tot werelderfgoed
De indeling van het nieuwe land, geometrisch ingedeeld en geheel in stijl van de Renaissance, is nog steeds duidelijk zichtbaar. Dat was voor de UNESCO onder andere aanleiding om Droogmakerij de Beemster in 1999 op de werelderfgoedlijst te plaatsen.
Aan de Oostdijk bij Kwadijk waar ooit een molengang stond, ligt nu het Fort Benoorden Purmerend. Eén van de vijf forten in de Beemster en onderdeel van UNESCO werelderfgoed de Stelling van Amsterdam. Hier ben je in de stukje werelderfgoed in het kwadraat. Uniek? Jazeker, want hier komen de Stelling van Amsterdam en Droogmakerij de Beemster samen en zorgen voor een 'werelderfgoed in het kwadraat!'
- 04
- 46
- 43
- 60
- 07
- 32
- 09
- 04