Verzonken molenwieken | Beemster Molens
Contact
Waar de Vrouwenweg op de Noorddijk aansluit merk je hoe diep de polder ligt. Stevig omhoog trappen of lekker naar beneden suizen, dat moet of kan hier. Tijdens de drooglegging en de tijd daarna moet het hier een indrukwekkend gezicht zijn geweest.
Stonden hier in 1610 acht molens een jaar later al vijftijn en in 1936 het grootste aantal, 21.
Droogleggen en daarna droge voeten houden was een punt van zorg. Omstreeks 1632 werd de bemaling en het peil radicaal aangepast. Molens werden verplaatst en er kwamen molens bij. Behalve de Jispergang werden alle andere gangen als viertraps molengangen ingericht. In vier stappen werd het overtollige water in de ringvaart gespuid. Na deze uitbreiding stonden er bij Beets vijf viertraps molengangen. Tussen 1635-1636 werd er nog een extra molen, een uitmaler of bovenmolen geplaatst.
Na de vervijzeling en tot de komst van de stoomgemalen rond 1878 hebben al deze molens het ‘schoone waterbouwkundig werk van de Beemster geheel voltooid.’
Sporen in het landschap
In het landschap zijn nog …
Stonden hier in 1610 acht molens een jaar later al vijftijn en in 1936 het grootste aantal, 21.
Droogleggen en daarna droge voeten houden was een punt van zorg. Omstreeks 1632 werd de bemaling en het peil radicaal aangepast. Molens werden verplaatst en er kwamen molens bij. Behalve de Jispergang werden alle andere gangen als viertraps molengangen ingericht. In vier stappen werd het overtollige water in de ringvaart gespuid. Na deze uitbreiding stonden er bij Beets vijf viertraps molengangen. Tussen 1635-1636 werd er nog een extra molen, een uitmaler of bovenmolen geplaatst.
Na de vervijzeling en tot de komst van de stoomgemalen rond 1878 hebben al deze molens het ‘schoone waterbouwkundig werk van de Beemster geheel voltooid.’
Sporen in het landschap
In het landschap zijn nog sporen van de voormalige molengangen zichtbaar. De uitvinder van de molengang is Simon Stevin die er octrooi voor kreeg dat hij iin 1609 liet verlopen. Jan Adriaansz. Leeghwater heeft hier toen dankbaar gebruik van gemaakt.
Waar de molens verdwenen, werden op de voormalige molenwerven huizen gebouwd. Sommige molensloten zijn behouden en andere gedempt. Om dit beeld niet te vergeten, zijn aan de dijk enkele kunstwerken geplaatst*. Twee molenwieken steken net boven het land uit, verzonken in het moeras van de tijd.
Het droogmalen van dat grote Beemstermeer in de 17e eeuw was een prestatie van wereldformaat en kun je vergelijken met de Deltawerken in Zeeland in de tweede helft van de 20ste eeuw. De investeerders van toen en al die duizenden harde werkers zouden vreemd opkijken als ze hier nu waren. Geen molens meer te zien en toch droge voeten?
Dat is de technische vooruitgang in ruim 400 jaar nadat ze aan de klus waren begonnen. Gemalen met elektrisch aangedreven pompen en het waterpeil dat vanaf de laptop wordt geregeld. De houten waterkeringen zijn bijna allemaal vervangen en door stalen of moderne met zonnepanelen ingerichte keringen.
* Idee: Beemsters Welvaart.
De molenaar
De molenaar was een belangrijk man met grote verantwoordelijkheden en hij moest zich aan tal van voorschriften horen. In geval van nood, bij een dijkdoorbraak of zo moest hij het volgende doen.
De zeilen van de molen afhalen en oprollen en al het gereedschap meenemen naar de molen die naast de dijk stond, de bovenmolen. Het noodsein moest worden gegeven door twee vuurpannen aan de molenwieken op te hangen evenals twee teertonnen neer te zetten en het aansteken van een strobaken. Er moest altijd een man op de molen achterblijven. Voor die tijd was er een uitgebreid noodplan dat een forse boete opleverde als het niet goed werd uitgevoerd.
Het gereedschap van de molenaar bestond o.a. uit:
“Seylen, enkele Kordewagens (handkarren), Schoppen of Spaden, Slonssen (schorten), Vuyr-Pannen, Turcken of Teertouwen met enige Teer-Tonne, droog Riet ofte Stro, een partij Sparren (houten stokken), Vogel-Roers (geweren), Bandeliers (draagriemen), Kruyt en Loot, enkele Koe-Schuyten of Pramen, Kaarsen, Emmers, Timmer-Gereetshap etc.”
In het ‘Extract Uyt het Octroy van de Beemster etc’ is de inrichting en het beheer van de nieuwe droogmakerij uitgebreid opgetekend.
Historie aan de Noorddijk
Toen de molens rond 1880 uit de Beemster verdwenen deed de moderne tijd zijn intrede. Er kwamen stoomgemalen, de molenaars en hun werklieden moesten ander werk zoeken. Sommigen mochten in het huisje op het molenerf van de afgebroken molen blijven wonen, anderen zochten een woning en werk elders in de polder of verder. Wel ontstond een nieuw beroep: machinist op een stoomgemaal. Het geweld van de wind werd vervangen door de hitte van stoom.
Bijzondere plekken langs de Noorddijk
Aan Noorddijk nr. 18 staat het oude stoomgemaal uit 1877. Beemster was een rijke polder en de modernisering van de bemaling sprak het bestuur wel aan. De bouw van het eerste gemaal in de Beemster betekende het einde van de molens.
Op nr. 23 staat een wit huis met met het balkon bovenop het dak. Dat is het oude polderhuiscomplex uit 1815 met de timmerschuur ernaast. Op het dak kon men de seinen van de molens in de omgeving bekijken.