Het landschap rond Landsmeer, Watergang en Purmerland is door de eeuwen heen gevormd door water, oorlog en inpoldering. Straatnamen, sloten en oude waterwerken herinneren nog altijd aan deze geschiedenis.

De Paterspoel – een geuzendaad

De straatnaam Paterspoel verwijst naar een meer met een roemrucht verleden. In 1573, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, veroverden de Spanjaarden de schans in Landsmeer ter hoogte van de Keering, de huidige Dorpsstraat. Daarna wilden zij ook Watergang innemen.

Om vanaf het Noordeinde bij de kerk van Watergang te komen, moesten de soldaten door een moerasachtig gebied. Overste Tambergen, die in dienst was van de Spaanse hertog Alva, vorderde daarom een praam. De eigenaar was boer Klein Paterke, zo genoemd vanwege zijn gedrongen gestalte.

Per overtocht konden drie soldaten meevaren. Paterke had…

De Paterspoel – een geuzendaad

De straatnaam Paterspoel verwijst naar een meer met een roemrucht verleden. In 1573, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, veroverden de Spanjaarden de schans in Landsmeer ter hoogte van de Keering, de huidige Dorpsstraat. Daarna wilden zij ook Watergang innemen.

Om vanaf het Noordeinde bij de kerk van Watergang te komen, moesten de soldaten door een moerasachtig gebied. Overste Tambergen, die in dienst was van de Spaanse hertog Alva, vorderde daarom een praam. De eigenaar was boer Klein Paterke, zo genoemd vanwege zijn gedrongen gestalte.

Per overtocht konden drie soldaten meevaren. Paterke had het niet op de Spanjaarden en bedacht een list. Zodra hij tussen het hoge riet door een diepe sloot voer, begon hij de praam heen en weer te schommelen. De praam sloeg om en door hun zware bewapening gingen de soldaten kopje onder. Geen van hen kwam meer boven water.

Klein Paterke wist de kant te bereiken, trok zijn praam op de wal en hoosde hem leeg. Daarna voer hij terug om nieuwe soldaten op te halen. Hij herhaalde deze geuzendaad meerdere keren, totdat Tambergen dacht dat er voldoende manschappen in Watergang waren aangekomen. Hij wist niet dat geen enkele soldaat zijn doel had bereikt.

De sloot kreeg sindsdien de naam Patersloot. Het grotere water daarachter werd de Paterspoel genoemd. De Patersloot bestaat nog steeds en ligt tussen Noordeinde 45-A en 47. De Paterspoel was ooit een enorme plas van 14,5 hectare, maar werd aan het begin van de twintigste eeuw voor ongeveer negentig procent gedempt met Amsterdams stadsvuil.

De Suzannasluis – een verdwenen waterverbinding bij Purmerland

Ook de Suzannasluis herinnert aan de belangrijke rol van het water in dit gebied. Het Twiske vormde vroeger een belangrijke verbinding tussen het IJ en de Wormer.

In 1544 bepaalde keizer Karel V dat er kaden, ook wel achterdichtingen genoemd, moesten worden aangelegd. Deze beschermden het achterland tegen het water van onder meer de Wijde Wormer en zijn nog altijd goed herkenbaar in het landschap. Vermoedelijk ontstond in deze periode ook de Suzannasluis, die vanuit de Wormer toegang gaf tot het Twiske. Daarnaast werden in de Oostzanerdijk een sluis en een overhaal aangelegd, als onderdeel van de Noorder IJ- en Zeedijk.

In 1626 werd de Wijdewormer drooggelegd. Acht jaar later begon men met de bedijking en droogmaking van de Enge Wormer. Waarschijnlijk werd de Suzannasluis toen aangepast aan de nieuwe situatie.

Met de komst van de spoorlijn Zaandam–Purmerend in 1864 verdween de sluis aan de zijde van de Wormer. De sluis die via de Veersloot toegang gaf tot Purmerland, werd in 1968 met puin gevuld. Hoewel de Suzannasluis niet meer in gebruik is, zijn de contouren van deze voormalige waterverbinding nog steeds in het landschap te herkennen.

In de buurt

Kaartelementen overslaan