Het Grote Huis - de eierveiling
Het huis aan de Dorpsstraat 54 werd in 1863 gebouwd in een sobere eclectische stijl.
Het huis is van zeer grote cultuur- en architectuurhistorische waarde omdat het een goed bewaard – en in Landsmeer zeldzaam – voorbeeld is van voorname 19e-eeuwse plattelandsbouwkunst. In het gebouw, nu Rijksmonument, bevindt zich nog een originele stijlkamer met marmeren schouw.
Oorspronkelijk bevonden zich onder het huis, dat in Landsmeer bekend staat als ‘Het Grote Huis’ eierputten waarin één miljoen eieren opgeslagen konden worden. Markante bewoners waren S.S. Goede, bijgenaamd Meester de Wit, en Piet Goede – beter bekend als Pietje Plastic of Piet van Lohman.
Deze plek was vanaf 1900 het centrum van de Landsmeerse eierhandel. De koek- en beschuitindustrie uit de Zaanstreek had grote belangstelling voor de Landsmeerse pluimveebedrijven; men was vooral geïnteresseerd in de eendeneieren. Aangezien er nog geen koelcellen bestonden, zocht men naar manieren om de eieren houdbaar te houden, zodat ze verkocht konden worden wanneer de prijs gunstig was. …
Het huis is van zeer grote cultuur- en architectuurhistorische waarde omdat het een goed bewaard – en in Landsmeer zeldzaam – voorbeeld is van voorname 19e-eeuwse plattelandsbouwkunst. In het gebouw, nu Rijksmonument, bevindt zich nog een originele stijlkamer met marmeren schouw.
Oorspronkelijk bevonden zich onder het huis, dat in Landsmeer bekend staat als ‘Het Grote Huis’ eierputten waarin één miljoen eieren opgeslagen konden worden. Markante bewoners waren S.S. Goede, bijgenaamd Meester de Wit, en Piet Goede – beter bekend als Pietje Plastic of Piet van Lohman.
Deze plek was vanaf 1900 het centrum van de Landsmeerse eierhandel. De koek- en beschuitindustrie uit de Zaanstreek had grote belangstelling voor de Landsmeerse pluimveebedrijven; men was vooral geïnteresseerd in de eendeneieren. Aangezien er nog geen koelcellen bestonden, zocht men naar manieren om de eieren houdbaar te houden, zodat ze verkocht konden worden wanneer de prijs gunstig was.
In eerste instantie werden ze in lijnolie gedompeld, zodat ze waren afgesloten van de buitenwereld. Hierdoor werd de houdbaarheid verbeterd, maar dit was een zeer omslachtig en tijdrovend proces. Een betere methode was het onderdompelen van de eieren in kalkwater. De kalk dichtte de poriën van de eierschaal, zodat het ei, mits het in het kalkwater bleef liggen, langdurig houdbaar was.
Werden er in 1879 nog maar drieënhalf miljoen eieren omgezet, twintig jaar later waren het er achttien miljoen en in 1908 werden meer dan dertig miljoen eieren verhandeld. In de jaren die volgden, werden die aantallen groter en groter en werd zelfs een eierveiling opgericht.
Tegenwoordig is van de enorme industrie van een eeuw geleden nauwelijks nog iets terug te vinden. Er is nog één eierverwerkend bedrijf in Landsmeer: Adriaan Goede B.V.. In dit wereldwijd toonaangevende bedrijf – anno 1895 – worden elke dag drie miljoen eieren verwerkt.